De (juridische) strijd om ’t Hoompje sleept nog altijd voort, terwijl het eens zo statige rijksmonument er zeer slecht bij staat. Na een uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch, deed Heemschut Zeeland een nieuw verzoek om handhaving bij de gemeente Sluis om het verval nu eindelijk een halt toe te roepen.
Tegen alle verwachtingen in heeft de gemeente laten weten niet handhavend te zullen optreden. Heemschut Zeeland gaat in bezwaar tegen dit besluit en vraagt de provincie Zeeland om op te treden wegens taakverwaarlozing.
Heemschut vind het onbegrijpelijk dat de gemeente het handhavingsverzoek naast zich neer legt. Het besluit is het treurige bewijs van langdurig onvermogen van de gemeente, die haar wettelijke taak om het erfgoed te beschermen ernstig heeft verwaarloosd. Daar is ’t Hoompje nu het schrijnende slachtoffer van.
Achtergrond
Geen ramen, geen dak. Water en wind hebben vrij spel in het Hoompje, dat inmiddels al dertig jaar staat te verkrotten. In juli 2021 deed Heemschut daarom aangifte tegen de eigenaar (ook wel bekend als ‘de krottenkoning’, van moedwillige verwaarlozing van een rijksmonument.
Het OM liet echter weten nu geen strafrechtelijk onderzoek te starten, omdat dit niet “opportuun” is zolang een bestuursrechtelijke handhaving ontbreekt. Een onderzoek zou namelijk nu nog niet tot vervolging leiden, omdat de gemeente de eigenaar nooit officieel op de vingers heeft getikt. Zodoende heeft Heemschut opnieuw een handhavingsverzoek ingediend.
Geen rijksmonument meer?
In het besluit neemt de gemeente bovendien een loopje met het idee om ‘t Hoompje af te voeren van de lijst Rijksmonumenten. De gemeente stelt dat het gebouw dusdanig is vervallen dat er weinig over is van de monumentale waarden.
Dit zou een uiterst pijnlijke uitkomst zijn van een dossier waarin de gemeente zelf zo’n grote (en nalatige) rol heeft gespeeld. Bovendien ontbreekt het hier aan onafhankelijke expertise. Een niet openbaar gemaakt deskundigenrapport uit 2022 zou namelijk heel andere conclusies trekken dan de gemeente op dit moment doet.
Beeldmateriaal: Roland W.V.A. van Os